ECLI:NL:RBDHA:2020:9624
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging LVV-opvang na verblijfsvergunning
Verzoekster, een vrouw van Nigeriaanse nationaliteit, was toegelaten tot de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) opvang. Op 13 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam haar medegedeeld dat de LVV-opvang wordt beëindigd vanwege het verkrijgen van een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om in de opvang te kunnen blijven. Tijdens de zitting, gehouden via Skype op 18 september 2020, werd vastgesteld dat verzoekster inmiddels in een 24-uursopvang verblijft en begeleiding ontvangt van het Leger des Heils, hoewel dit verschilt van de begeleiding in de LVV.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De overplaatsing naar het hostel betekent geen schending van internationale verdragsbepalingen en verzoekster kan aanspraak maken op voorzieningen ondanks het ontbreken van een fysiek verblijfsdocument. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de LVV-opvang wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.