ECLI:NL:RBDHA:2020:9635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering verhuiskosten Defensie wegens samenloop met DBZV
Eiser was geplaatst als Stafofficier Financieel Economische Zaken op een post in de Verenigde Staten en ontving een vergoeding voor verhuiskosten uit het Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD). Verweerder stelde vast dat deze vergoeding onterecht was omdat eiser reeds een vergoeding ontving op grond van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel (DBZV). Verweerder vorderde het bedrag van €6.000,- terug.
Eiser voerde aan dat de vergoedingen niet met elkaar samenlopen omdat zij verschillende kosten betreffen en stelde subsidiair dat hij niet redelijkerwijs kon weten dat de vergoeding onterecht was toegekend. De rechtbank oordeelde dat volgens artikel 1, tweede lid, van het VKBD het niet de bedoeling is dat voorzieningen van Defensie en Buitenlandse Zaken naast elkaar bestaan. Eiser had redelijkerwijs moeten weten dat de vergoeding onverschuldigd was.
De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat de vergoeding uit het VKBD betrekking heeft op kosten die overlappen met die uit het DBZV, waardoor samenloop niet is toegestaan. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van verhuiskosten door Defensie wordt ongegrond verklaard.