ECLI:NL:RBDHA:2020:9640

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.16761
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 18 DublinverordeningArt. 3 DublinverordeningArt. 24 Verordening (EU) Nr. 604/2013Art. 9 Verordening (EU) Nr. 603/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Eurodac-registratie

Eiser, een Syrische nationaliteit hebbende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank overweegt dat eiser in het Eurodac-systeem is geregistreerd met de code ‘RO1’, wat duidt op een eerdere asielaanvraag in Roemenië. Volgens vaste jurisprudentie mag de overheid uitgaan van de juistheid van deze registratie, tenzij de vreemdeling dit aannemelijk kan weerleggen, wat eiser niet heeft gedaan.

Eiser voerde aan dat hij in Roemenië niet adequaat zal worden behandeld en dat de coronacrisis overdracht onverantwoord maakt. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en wijst erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de coronacrisis slechts een tijdelijk feitelijk beletsel is dat de verantwoordelijkheid van lidstaten niet aantast.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.16761

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Bom),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.16762, plaatsgevonden op 18 september 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1988 en de Syrische nationaliteit te bezitten.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Daarbij wijst verweerder erop dat de autoriteiten van Roemenië het verzoek om eiser terug te nemen hebben geaccordeerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening. [2]
3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Eiser voert aan dat hij nooit de intentie heeft gehad om in Roemenië asiel aan te vragen en dat hij onderweg naar Nederland is gedwongen om zijn vingerafdrukken af te geven.
5. Uit eisers dossier blijkt dat hij in het Eurodac-systeem is geregistreerd met de code ‘RO1’. Hieruit dient te worden afgeleid dat eiser in Roemenië asiel heeft aangevraagd. [3] Volgens vaste jurisprudentie mag verweerder uitgaan van de juistheid van een recente registratie in het Eurodac-systeem door een andere lidstaat en ligt het op de weg van de vreemdeling om deze juistheid te weerleggen. De niet onderbouwde stelling van eiser dat hij ten onrechte op deze wijze is geregistreerd, is daarvoor onvoldoende.
6. Verder voert eiser aan dat hij in Roemenië niet adequaat zal worden behandeld. Daarbij wijst hij op zijn verklaringen tijdens het Aanmeldgehoor Dublin dat hij zijn kamer niet zomaar mocht verlaten, dat hij geen eten kreeg en dat het niet schoon was.
7. Met deze niet onderbouwde stellingen heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat er in Roemenië sprake is van systematische tekortkomingen in de opvang voor asielzoekers zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Dit brengt met zich dat er gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit moet worden gegaan dat eiser na overdracht aan Roemenië op adequate wijze zal worden behandeld.
8. Ten slotte voert eiser aan dat het gelet op de omstandigheden rondom de bestrijding van het coronavirus onverantwoord is om tot overdracht over te gaan. Hierin volgt de rechtbank eiser niet, gelet op de uitspraak [4] van de Afdeling [5] waarin uiteen is gezet dat de coronacrisis slechts een tijdelijk beletsel van feitelijke aard is waardoor de verantwoordelijkheid van lidstaten voor het behandelen van asielaanvragen niet wordt aangetast.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) Nr. 604/2013.
3.Op grond van artikel 24, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 9, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 603/2013 (Eurodac-verordening) en lijst A van bijlage II bij de Verordening (EU) Nr. 118/2014 (Uitvoeringsverordening).
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.