Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 9 december 2019 ingekomen verzoek van:
[Y] ,
[pleegouder 2]
Rechtbank Den Haag
In deze zaak gaat het om een verzoek van de vader en pleegouders tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen die door de moeder zonder toestemming van de gezagsbevoegden van Polen naar Nederland zijn overgebracht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen hun gewone verblijfplaats hadden bij de pleegouders in Polen en dat de moeder niet bevoegd was om de verblijfplaats te wijzigen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van internationale kinderontvoering in de zin van het Haagse Verdrag van 1980. Er is geen sprake van weigeringsgronden zoals het niet daadwerkelijk uitoefenen van het gezagsrecht of een ernstig risico voor de kinderen bij terugkeer. De verklaringen van de kinderen over mishandeling zijn niet onderbouwd en mogelijk beïnvloed door de moeder.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Polen uiterlijk 24 februari 2020 en veroordeelt de moeder tot betaling van de gemaakte kosten van €1.741,20. De werkzaamheden van de bijzondere curator worden beëindigd indien geen hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Verzoek tot teruggeleiding van de kinderen naar Polen wordt toegewezen met terugkeerverplichting uiterlijk 24 februari 2020 en moeder wordt veroordeeld tot betaling van gemaakte kosten.