Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser], te [woonplaats], eiser
2.[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Stichting VEEN, te Reeuwijk, vergunninghoudster
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van overstapvoorzieningen voor kanovaarders. Eisers voerden aan dat zij belanghebbenden waren en stelden dat de aanleg en het gebruik van de kanoroute negatieve gevolgen zou hebben voor hun woon- en leefomgeving.
De rechtbank stelde vast dat eisers geen directe feitelijke gevolgen ondervinden van het besluit, dat uitsluitend ziet op de bouw van eenvoudige overstapvoorzieningen en niet op het gebruik van de kanoroute zelf. De rechtbank oordeelde dat het belang van eisers vooral ziet op het gebruik van de route en de mogelijke verstoring van het Natura 2000-gebied, maar dat dit geen rechtstreeks belang is bij het bestreden besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belanghebbendheid. Het bestreden besluit werd vernietigd en de rechtbank voorzag zelf in de zaak door de beroepen alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers.
Uitkomst: Eisers zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbendheid; het bestreden besluit is vernietigd.