ECLI:NL:RBDHA:2020:9942
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake illegale bouwwerken op recreatieperceel
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas waarin dwangsommen werden opgelegd vanwege illegale bouwwerken op een recreatieperceel.
Het primaire besluit van 8 april 2019 legde vier lasten onder dwangsom op. Bij een besluit van 20 april 2020 werd het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en het primaire besluit gedeeltelijk herroepen, waarbij ook een gedoogbeschikking werd uitgebreid. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. De rechtbank heeft echter het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep.