Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 5.000.
€ 229. Met betrekking tot het bedrag van € 2.000 stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij dat bedrag daadwerkelijk heeft gedoneerd. Gezien de verklaringen van de penningmeester van de IUE en het FIOD-PV kan aan de donatieverklaring geen betekenis worden toegekend. Verder moet eiser, aldus verweerder, geweten hebben dat het bedrag dat op die verklaring is vermeld niet overeenkomt met de feitelijke betaling en hij daarmee ten onrechte de gift in aftrek bracht en daarmee te weinig belasting betaalde. Het is volgens verweerder daarom aan (voorwaardelijk) opzet dan wel grove schuld van eiser te wijten dat te weinig belasting is geheven.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag, de boetebeschikking en de rentebeschikking;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.572;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.
26 augustus 2020.