ECLI:NL:RBDHA:2020:9974

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1648
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij verzoek opschoning justitiële gegevens

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om opschoning van zijn persoonsgegevens in het justitiële documentatieregister. De rechtbank behandelt het beroep zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.

Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet griffierecht worden betaald bij het instellen van beroep. Het griffierecht voor deze zaak is vastgesteld op €178,-. Eiser heeft het griffierecht niet betaald, ondanks een herinnering en waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Eiser stelt dat hij eerst wil weten of de weigering van opschoning een besluit is waartegen beroep mogelijk is, voordat hij het griffierecht betaalt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat betaling van griffierecht niet afhankelijk kan worden gesteld van een juridische vraag. Eiser is hierover geïnformeerd en kan juridisch advies inwinnen.

Omdat het niet betalen van het griffierecht aan eiser is toe te rekenen, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever op 2 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/1648

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 26 februari 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om opschoning van zijn persoonsgegevens in het justitiële documentatieregister van 14 november 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 178,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.
3. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht niet heeft betaald. Eiser handhaaft zijn standpunt dat hij eerst wil weten of de weigering van verweerder zijn justitiële documentatie op te schonen een besluit is in de zin van de Awb, waartegen in een bestuursrechtelijke procedure kan worden opgekomen, voordat hij het griffierecht betaalt.
5. De rechtbank overweegt het volgende. Bij uitspraak van 11 maart 2019 van deze rechtbank (SGR 18/7761) is een eerder beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard, wegens het niet betalen van het griffierecht. Het tegen deze uitspraak ingestelde verzet is bij mondelinge uitspraak van deze rechtbank van 29 augustus 2019 ongegrond verklaard. Gelet op hetgeen in deze uitspraken is overwogen omtrent het griffierecht, is eiser ervan op de hoogte dat de Awb geen mogelijkheid kent de betaling van het griffierecht afhankelijk te stellen van een door de rechtbank te geven antwoord op een juridische vraag van eiser. Zoals eveneens in de uitspraak van 29 augustus 2019 is overwogen, kan eiser hierover advies inwinnen bij een deskundige rechtsbijstandverlener alvorens beroep in te stellen.
5.1.
Nu onbetwist is dat eiser het griffierecht niet heeft betaald en niet is gebleken dat dit eiser niet is toe te rekenen, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.R. van Veen, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank.