ECLI:NL:RBDHA:2020:9998

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
7 oktober 2020
Zaaknummer
09/827183-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs mishandeling en bedreiging

De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en bedreiging aan het slachtoffer in maart 2018. De tenlastelegging omvatte onder meer het slaan en schoppen van het slachtoffer met snoeren en stukken hout, en het bedreigen met de dood.

Tijdens de zittingen op 4 juli 2018 en 23 september 2020 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie verzocht de rechtbank tot vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten. Na beoordeling van het bewijs oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de feiten had gepleegd.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van €7.934,53 gevorderd, bestaande uit materiële en immateriële schade vermeerderd met wettelijke rente. Omdat verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering. Tevens werden de kosten van de verdediging van verdachte tegen deze vordering op nihil gesteld.

Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 7 oktober 2020, waarbij de rechtbank verdachte vrijsprak van alle ten laste gelegde feiten en de vordering van de benadeelde partij afwees.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs; schadevordering benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/827183-18
Datum uitspraak: 7 oktober 2020
Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

[geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
[adres].

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 juli 2018 (regie) en 23 september 2020 (inhoudelijke behandeling).
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.W. Stok, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. H.E. Rebel heeft gerekwireerd tot vrijspraak van al hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 19 maart 2018 te
's-Gravenhage tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en
rustig overleg meermalen met een of meer electriciteitssnoeren en/of stukken hout tegen het hoofd en/of lichaam en/of ledematen heeft geslagen en/of heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [slachtoffer] op te wachten en/of
- [medeverdachte 1] telefonisch over zijn aankomst te informeren en/of
- zich na aankomst van [slachtoffer] (in het bedrijfspand) bij [medeverdachte 1]
en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te voegen.
Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] of of omstreeks 19 maart 2018 te Den Haag tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans aleen, al dan niet met voorbedachte raad [slachtoffer] heeft/hebben mishandeld door hem (meermalen) met een of meer snoeren en/of stukken hout te slaan en/of te schoppen tegen hoofd en/of lichaam en/of ledematen,
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [slachtoffer] op te wachten en/of
- [medeverdachte 1] telefonisch over zijn aankomst te informeren en/of
- zich na aankomst van [slachtoffer] (in het bedrijfspand) bij [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te voegen.
2.
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] of omstreeks 19 maart 2018 te Den Haag ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot het (geheel
of gedeeltelijk) tenietdoen van een inschuld (een loonvordering van die [slachtoffer]):
- met die [slachtoffer] heeft afgesproken op een bouwbedrijf om over achterstallig loon te spreken en/of
- de deur achter hem heeft gesloten en/of
- hem (meermalen) heeft geslagen (met een of meer snoeren en/of stukken hout) en/of heeft geschopt tegen hoofd en/of lichaam en/of ledematen en/of
- tegen hem heeft gezegd dat hij toch niets kon doen en/of niet naar de politie moest gaan en/of de volgende keer dood zou gaan, althans woorden van die strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of inlichtingen heeft verschaft door:
- die [slachtoffer] op te wachten en/of
- [medeverdachte 1] telefonisch over zijn aankomst te informeren en/of
- zich na aankomst van [slachtoffer] (in het bedrijfspand) bij [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te voegen.

Vrijspraak

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte wordt verweten, zodat hij daarvan vrijgesproken dient te worden.

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van
€ 7.934,53, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke
rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien
de verdachte zal worden vrijgesproken van al hetgeen aan hem ten laste is gelegd.

De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.S. Neervoort, voorzitter,
mr. L.K. van Zaltbommel, rechter,
mr. J. Snoeijer, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. I.J.M.W. van der Sanden, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 oktober 2020.