ECLI:NL:RBDHA:2021:10023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De asielzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Uit het onderzoek blijkt dat de asielzoeker op 24 juli 2021 de opvanglocatie heeft verlaten en sindsdien niet meer is aangetroffen. De gemachtigde kon vanwege beroepsgeheim geen informatie verstrekken over het contact met de asielzoeker.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder dit te melden, geen prijs meer stelt op de gevraagde bescherming. Dit geldt ook als de vreemdeling feitelijk is weggestuurd, zolang hij zich niet meer meldt en de mogelijkheid daartoe heeft.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de asielzoeker geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij de opvanglocatie heeft verlaten en sindsdien met onbekende bestemming verblijft.