Uitspraak
Voogdij/ gezag (art.1:253g BW)
de Raad voor de Kinderbescherming, [regio] ,
[naam 1] ,
[(voorlopige) voogdes1] ,
en
de vader, voornoemd,
voornoemd.
Procedure
- gegrondverklaard het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van [naam 2] , geboren te [geboorteplaats 1] , Eritrea, op [geboortedatum 1] 1989, ten aanzien van de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] (verder: [minderjarige 1] ) en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] (verder: [minderjarige 2] ) uit: [naam 3] , geboren op [geboortedatum 4] 1989 te [geboorteplaats 1] , Eritrea;
- het vaderschap vastgesteld van: [naam 1] , geboren op [geboortedatum 5] 1997 te [geboorteplaats 3] , Eritrea, over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , voornoemd, echter zulks niet eerder dan nadat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap kracht van gewijsde heeft verkregen;
- bepaald dat de naam van elk van de minderjarigen vanaf het moment dat de vaststelling van het vaderschap kracht van gewijsde heeft verkrijgen zal luiden:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
- de voogdes: (namens [(voorlopige) voogdes1] ) [naam 4] ;
- namens de Raad: [medewerker RvdK] ;
- mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat van wijlen [naam 3] (de moeder) als informant.
Beoordeling
28 dat onderzocht dient te worden of het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de biologische vader ligt. Op dat moment waren er nog teveel onduidelijkheden en moest er nog een hoop worden uitgezocht, aldus de Raad. Zo heeft biologisch vader nog geen eigen woning en is er geen zicht op zijn opvoedershandelen. Bezien moeten worden wat de kinderen nodig hebben aan hulp en of de (biologische) vader hen dit kan bieden.Een overplaatsing van de kinderen op korte termijn ligt volgens de Raad dan ook niet in de lijn der verwachting en daarnaast wordt verwacht dat dit ook te schadelijk zal zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De Raad achtte het daarom in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de (tijdelijke) voogdij bij [(voorlopige) voogdes1] kwam te liggen. Daar is aan toegevoegd dat de jeugdbeschermers vanuit hun onafhankelijke positie kunnen bezien waar het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ligt. Gezien de zorgen bij met name [minderjarige 1] , heeft het crisispleeggezin bij de Raad aangegeven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen opvangen totdat er een perspectiefbiedende oplossing is gevonden.
Beslissing
1 december 2021 te 12.00 uur;