ECLI:NL:RBDHA:2021:10053
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom overtreding beroepskracht-kind-ratio kinderopvang
Verzoekster exploiteert een kindercentrum met Montessori-benadering en heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens structurele overtreding van de beroepskracht-kind-ratio (bkr) in haar stamgroepen. De overtreding houdt verband met het samenvoegen van 3- tot en met 5-jarigen, waarbij 4- en 5-jarigen worden meegeteld voor de bkr.
Na inspecties door de GGD en een schriftelijke aanwijzing door verweerder, heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank overweegt dat de handhaving terecht is en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwen op achterwege laten van handhaving gerechtvaardigd was.
De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de bkr overtreden wordt en dat de last onder dwangsom terecht is opgelegd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van de beroepskracht-kind-ratio wordt afgewezen.