Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Russische staatsburger, diende op 17 april 2021 een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat hij in Duitsland geen toegang had tot een effectief rechtsmiddel en geen rechtsbijstand kon krijgen, wat in strijd zou zijn met Europese richtlijnen en het EU-Handvest.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt. Hoewel eiser aangaf dat hij in Duitsland geen rechtsbijstand kon krijgen en het loket gesloten was vanwege de coronapandemie, was hij wel gehoord en geïnformeerd over de mogelijkheid tot beroep. De rechtbank oordeelde dat dit geen ontzegging van toegang tot de rechter betekent.
Verder stelde eiser dat hij psychische problemen heeft en geen medische zorg ontving in Duitsland, maar ook dit werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank ging uit van de naleving van de verplichtingen door Duitsland. Ook de vrees voor indirect refoulement werd niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Duitsland onevenredig maken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.