ECLI:NL:RBDHA:2021:10076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de vaststelling dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de overdracht aan Duitsland zou worden opgeschort totdat op het beroep is beslist, behandeld zonder zitting. Hierbij is overwogen dat in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL21.6210) reeds uitspraak is gedaan, waardoor het verzoek kennelijk ongegrond is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek daarom afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wordt afgewezen.