ECLI:NL:RBDHA:2021:10143
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de asielprocedure volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting vond plaats op 26 januari 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren.
De voorzieningenrechter heeft in verband met een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (NL21.278) geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is en heeft het verzoek afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 5 februari 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.