ECLI:NL:RBDHA:2021:10205

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
20 september 2021
Zaaknummer
09/857263-20
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplichtigheid aan de productie van amfetamine en metamfetamine in een drugslab

Op 20 september 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan de productie van amfetamine en metamfetamine. De verdachte had een unit in een loods ter beschikking gesteld voor de productie van deze drugs. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting, dat plaatsvond op verschillende data in 2020 en 2021, werd vastgesteld dat de verdachte op de hoogte was van de activiteiten in de loods, waar een drugslab was aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte medeplichtig was aan de voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine en metamfetamine, omdat hij de unit had verhuurd aan een medeverdachte en daar zelf ook aanwezig was. De rechtbank vond het bewijs overtuigend, onder andere door de geur van chemische stoffen op de kleding van de verdachte en getuigenverklaringen die zijn betrokkenheid bevestigden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van €20.000,-. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn werk en de lange periode zonder veroordelingen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/857263-20
Datum uitspraak: 20 september 2021
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Marokko),
BRP-adres: [adres 1]

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 11 augustus 2020, 29 september 2020, 3 december 2020 (alle pro forma) en 6 september 2021 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Offers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. B.J. de Pree naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 11 augustus 2020 - ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine en/of metamfetamine, zijnde Amfetamine en/of metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
hij in of omstreeks de periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van Amfetamine en/of Metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine en/of Metamfetamine, zijnde Amfetamine en/of
Metamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
- 2 Reactieketels en/of
- 8 Speciekuipen en/of
- een hoeveelheid (ongeveer
620liter)
van een materiaal bevattende Fosforzuuren/of
- een hoeveelheid (ongeveer 375 kilo)
van een materiaal bevattende MAPA
- een hoeveelheid (ongeveer 143,5 liter)
van een materiaal bevattendeBenzylmethylketon
(BMK) en/of
- een hoeveelheid (ongeveer 906 liter) van een materiaal bevattende Benzylmethylketon

(BMK) op (verdund) fosforzuur en/of

- trechters en/of jerrycans en/of maatbekers en/of emmers,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
meer subsidiair indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
" [medeverdachte] " en/of één of meer (onbekend) gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de
periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, tezamen en in vereniging,
althans alleen, opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een hoeveelheid
van een materiaal bevattende Amfetamine en/of Metamfetamine, zijnde Amfetamine en/of
Metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op en of meer tijdstip(pen)
in of omstreeks de periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk
behulpzaam is geweest, door aan die " [medeverdachte] " en/of één of meer (onbekend) gebleven
perso(o)n(en) het pand gelegen [adres 2] ter beschikking te stellen
meest subsidiair indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
" [medeverdachte] " en/of één of meer (onbekend) gebleven perso(o)n(en) m of omstreeks de
periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, tezamen en in vereniging,
althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van
Amfetamine en/of Metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende Amfetamine en/of Metamfetamine, zijnde Amfetamine en/of
Metamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor
te bereiden en/of te bevorderen
- 2 Reactieketels en/of
- 8 Speciekuipen en/of
- een hoeveelheid (ongeveer 620 liter) van een materiaal bevattende Fosforzuur en/of
- een hoeveelheid (ongeveer 375 kilo) van een materiaal bevattende MAPA
- een hoeveelheid (ongeveer 143,5 liter) van een materiaal bevattende Benzylmethylketon

(BMK) en/of

- een hoeveelheid (ongeveer 906 liter) van een materiaal bevattende Benzylmethylketon

(BMK) op (verdund) fosforzuur en/of

- trechters en/of jerrycans en/of maatbekers en/of emmers,
voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte(n) wist(en) of ernstige redenen had te
vermoeden dat die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op en of meer tijdstip(pen)
in of omstreeks de periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk
behulpzaam is geweest, door aan die " [medeverdachte] " en/of één of meer (onbekend) gebleven
perso(o)n(en) het pand gelegen [adres 2] ter beschikking te stellen;
2.
hij op of omstreeks 27 april 2020 te Voorschoten, (een) wapen(s) van categorie I onder 7, te weten een veerdrukpistool (merk SV Infinity, [merk] ), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s), voorhanden heeft gehad.

3.De bewijsbeslissing

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer [PL nummer] , van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Leiden-Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 440).
3.1.
Opgave van bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2
De rechtbank zal voor het feit met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezenverklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit gerekwireerd tot bewezenverklaring.
De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen:
. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 6 september 2021;
. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt op 28 april 2020 (p. 46 en 47);
. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 april 2020 (p. 87).
3.2.
Inleiding ten aanzien van feit 1
Op het terrein aan [adres 2] is op 27 april 2020 een drugslab aangetroffen. De verdachte was destijds woonachtig op dit terrein. Aan de rechtbank ligt de vraag voor – kort gezegd – of de verdachte betrokken is bij het drugslab, en zo ja in welke mate.
3.3.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiaire ten laste gelegde.
3.4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde bepleit.
3.5.
Vrijspraak
De rechtbank is met betrekking tot het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit niet wettig en overtuigend is bewezen.
3.6.
Gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 meest subsidiair
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
. Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt op 27 april 2021, voor zover inhoudende (p. 39):
Op maandag 27 april 2020, werd bij de meldkamer van de politie eenheid Den Haag gemeld dat er sprake was van enorme stankoverlast, afkomstig van vlakbij gelegen bedrijfspanden op [adres 2] .
Ter plaatse werd [..] geconstateerd dat de stank afkomstig was vanuit een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] , welke uit 4 units bestaat.
. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 27 april 2021, voor zover inhoudende (p. 29):
Wij hoorde de meldster zeggen "Je ruikt bij ons in de achtertuin een chemische lucht,
echt een bedorven melklucht." Hierop zijn wij meegelopen met de meldster naar de
achtertuin van haar woning. Wij zagen dat de meldster geen schutting had waardoor je
tegen een grote achterkant van meerdere loodsen aan keek.
Wij hoorde de meldster zeggen "Zie daar die witte kast aan de gevel. Dat heeft die
man gemaakt om de stank minder te maken voor ons. Ik ben vorige week naar de
voorzijde van de loods gelopen en heb de man gesproken. Bij kloppen deed de man eerst
niet open maar toen ik zei dat ik de politie anders zou gaan bellen deed hij open.
Hij zou wat aan de stank gaan doen en dat is die witte kast in de poort."
Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zagen een witte ombouw waar het geluid van
een afzuiging vandaan kwam. Onder de witte ombouw rook je de geur het ergst. Hierop
zijn wij om de loods gelopen en zagen wij aan de voorzijde 4 grote groene garagedeuren. [..]
Bij het openbreken van de garagedeur zagen wij dat in de loods meerdere vloeistoffen stonden. Wij roken een chemische lucht en wij zagen een deur achterin de loods. Wij zagen dat de brandweer deze deur openmaakte, wij zagen dat er achter die deur een zilveren tank stond.
. Het proces-verbaal, opgemaakt op 28 april 2020, voor zover inhoudende (p. 53, 54):
Aangetroffen situatie
De loods [aan [adres 2] ] is in vier bedrijfsruimtes verdeeld:
1e ruimte: Bedrijfsruimte waarin een garagebedrijf was gevestigd. In deze bedrijfsruimte was een kantoorruimte aanwezig evenals een werkplaats met voertuigen en goederen welke kunnen worden gerelateerd aan deze bedrijfsactiviteiten.
2e ruimte: Bedrijfsruimte waar met behulp van zogenaamde isolatiepanelen twee aparte ruimtes waren gebouwd. In deze ruimtes was een drugslaboratorium gevestigd.
3e ruimte: Bedrijfsruimte die in gebruik was bij een dakdekkers-loodgieters bedrijf. In deze ruimte stonden diverse goederen welke aan deze bedrijfsactiviteiten konden worden gerelateerd.
4e ruimte: Bedrijfsruimte met een toegangsdeur en op de voorgevel reclame voor een dartshop. In deze bedrijfsruimte is een kantoorruimte, toiletgroep, keukentje en opslagruimte aanwezig. In de opslagruimte stond een caravan gestald. Aan deze caravan was een voortent gekoppeld. Kennelijk was de caravan in gebruikt als woning.
In de 2e bedrijfsruimte werd een nader onderzoek ingesteld. Het betrof hier een bedrijfsruimte welke via een roldeur kon worden betreden. In deze roldeur was een loopdeur aanwezig. Via de deur kon toegang worden verkregen tot een voorruimte. In deze ruimte stonden diverse goederen opgeslagen waaronder een Intermediate Bulc Container (IBC), diverse jerrycans, lege verpakkingen en diverse speciekuipen met vloeistoffen. Via een houten trap kon toegang worden verkregen tot de l verdieping. Op de 1e verdieping stonden diverse stellingen met auto-onderdelen. Tevens stonden daar twee afzuigunits welke via metalen luchtbuizen waren verbonden met de afzuiging in het laboratorium en de schoorsteen op het dak.
In de bedrijfsruimte stond achter in een uit isolatiewanden opgebouwde ruimte. Deze
opgebouwde ruimte bestond uit twee delen, een L-vormige laboratoriumruimte alsmede een
kleine opslagruimte. In de L-vormige laboratoriumruimte stonden 2 reactieketels alsmede een kunststof scheitrechter met gele vloeistof. In deze ruimte brandde de verlichting en was de luchtafzuiging in werking. Met behulp van een warmtebeeld camera werd vastgesteld dat beide reactieketels een tempartuur hadden van 47 ° Celsius en dat van beide reactieketels het roerwerk draaiden. Tevens was de boven de reactieketels aanwezige luchtafzuiging in werking.
De vuilwaterafvoer vanuit de laboratoriumruimte liep via de tussenwand tussen de 1e en 2e bedrijfsruimte naar de 1e bedrijfsruimte waarin het garagebedrijf was gevestigd. De
vuilwaterafvoer was daar op het riool aangesloten. Tevens liep door de tussenwand een
waterleiding vanuit de 1e bedrijfsruimte naar de laboratoriumruimte. Daar waren twee
wasbakken aanwezig. In een van de wasbakken was een tweetal wateraansluitingen aangebracht voor het koelen van de koelbuizen van de reactieketels.
Aantreffen verdachte
Voordat het onderzoek in de 2e bedrijfsruimte werd ingesteld werden door het arrestatie team van de Eenheid Den Haag alle 4 de bedrijfsruimtes doorzocht op de aanwezigheid van mogelijke verdachten. In de 4e bedrijfsruimte, waarin de caravan stond gestald, werd een manspersoon en een hond aangetroffen. Bij een nader aan de kleding en het schoeisel ingesteld onderzoek roken wij dat de slippers van de man aan de onderzijde roken naar Benzylmethylketon (BMK). BMK is de grondstof voor respectievelijk amfetamine en metamfetamine. Deze geur was door mij, verbalisant Van Rijn, buiten waargenomen ter hoogte van de schoorsteen op het dak aan de achterzijde van de 2e bedrijfsruimte. Tevens werd deze geur later waargenomen in de laboratoriumruimte.
Technisch en forensisch onderzoek
[..]
De door mij onderzochte ruimtes werden van de volgende codering voorzien:
Ruimte Codering
Voorruimte loods [..] V (2e bedrijfsruimte)
Laboratoriumruimte [..] L (2e bedrijfsruimte)
Opslagruimte [..] O (2e bedrijfsruimte)
Loods met caravan [..] W (4e bedrijfsruimte)
In de diverse ruimtes werden onder andere aangetroffen:
[..]
Voorruimte loods:
. 2 zwarte brandstofjerrycans, zwart met rode dop inhoudsmaat 20 liter, beide geheel gevuld met een lichtgele olieachtige vloeistof, geur BMK, FD → BMK
A-select een monster uit en jerrycan
. Emmer, inhoudsmaat 12 liter met daarin circa 6 liter heldere zure vloeistof.
. Maatbeker, inhoudsmaat 3 liter met daarin een trechter, vervuild met de geur van BMK. Scheitrechter, inhoudsmaat 30 liter met daarin een restant zure waterige vloeistof met
olieachtige drijflaag, geur BMK, FD olielaag → BMK.
. IBC, inhoudsmaat l .000 liter met daarin circa 450 liter groene waterige zure vloeistof met een olieachtige drijflaag.
. 8 speciekuipen, inhoudsmaat 65 liter, 6 gevuld met circa 60 liter per kuip, l gevuld met circa 30 liter met daarin een hevelpomp en l leeg maar vervuild. Allen met een waterige
zure vloeistof met olieachtige drijflaag.
A-select uit een van de volle speciekuipen een monster.
Emmer, inhoudsmaat 12 liter met daarin circa 6 liter waterige zure vloeistof met olieachtige drijflaag.
4 emmer, 3 plastic maatbekers en 2 glazen maatbekers, allen leeg maar vervuild.
. 9 jerrycans, inhoudsmaat 20 liter. Gevaarsymbool corrosief en milieu schadelijk. Met opschrift met stift 'F' allen leeg met restanten waterige zure vloeistof
. 25 jerrycans, inhoudsmaat 20 liter, allen geheel gevuld met een zure lijvige vloeistof. FD → Fosforzuur
A-select uit een van de jerrycans een monster
Totaal 500 liter fosforzuur
6x doos met daar omheen een groene vezelversterkte zak met daar omheen gele tape. Op de dozen etiket met o.a. opschrift:
[adres 3] , 21 kg, 11 van 40
6x witte vezelversterkte zak met daarin dubbele plastic zak met daarin restanten wit poeder, FD → MAPA
Totaal circa 150 kg MAPA verwerkt
Laboratoriumruimte:
. RVS reactieketel, hoogte reactieruimte 700 mm, diameter 700 mm. Inhoud 270 liter. De bovenlaag van 8 cm, in totaal circa 30 liter, bestond uit een licht gele vloeistof. FD → BMK
. RVS reactieketel, hoogte reactieruimte 700 mm, diameter 700 mm. Inhoud 270 liter. De bovenlaag van 8 cm, in totaal circa 30 liter, bestond uit een licht gele vloeistof. FD → BMK
. Doos gewogen, bruto 27 KG Totaal circa 225 kg MAPA verwerkt
. Jerrycan, inhoudsmaat 25 liter, met daarin circa 8 liter heldere neutrale vloeistof, FD → methanol
Tafel met scheitrechter, inhoudsmaat 200 liter met daarin circa 25 liter waterige zure vloeistof met daarop circa 75 liter licht gele olieachtige vloeistof, geur BMK, FD → BMK
3 maatbekers (1x inhoudsmaat 5 liter en 2x inhoudsmaat 3 liter) leeg, vervuild, geur BMK.
Glazen maatbeker, inhoudsmaat 5 liter met daarin circa 3,5 liter licht bruine olie achtige vloeistof, FD → BMK
Opslagruimte:
. 6 x blauw 25 liter jerrycan, elk gevuld met circa 20 liter heldere lijvige vloeistof. pH= l → fosforzuur
. Witte 30 liter jerrycan met circa 25 liter heldere lijvige vloeistof. Ph= l, FD → BMK
. l x l liter Fanta fles, gevuld met circa 700 mi licht gele vloeistof. Geur BMK. pH = 2.
Loods met caravan:
Jerrycan, inhoudsmaat 30 liter, o.a. gevaar classificatie corosieve. Deel van etiket weggekrast (soortgelijke jerrycan is aangetroffen in opslagruimte) met daarin een restant gele olieachtige vloeistof, geur BMK. FD → BMK
. Het proces-verbaal van binnentreden in loods/ woning opgemaakt op 28 april 2020, voor zover inhoudende (p. 43):
In unit 4 werd een caravan aangetroffen met hierin een slaapplaats. Ook werd in deze unit een persoon aangetroffen, welke kleding aan had, welke mogelijk stoffen bevatte afkomstig vanuit het laboratorium in unit 2.
De persoon betrof: [verdachte] , geboren [geboortedatum]
. een geschrift, te weten het rapport ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 27 april 2020 op de locatie [adres 2] ’ van 25 juni 2020 van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende (p. 154 e.v.):
In het onderzoeksmateriaal is BMK (Benzylmethylketon; [..]) aangetoond.
[..]
In het onderzoeksmateriaal is MAPA aangetoond. In relatie tot drugs wordt MAPA [..] met bijvoorbeeld fosforzuur omgezet in BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine.
. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 6 september 2021,
voor zover inhoudende:
Ik heb een huurovereenkomst voor unit 4. De overeenkomst was vanaf 1 april 2020.
Daarvoor huurde ik unit 2. Ik mocht er eerder in, ik was unit 4 aan het opknappen. Ik moest
schilderen en ik was bezig met verhuizen van spullen vanuit unit 2. Alles stond daar op
zolder. De spullen die beneden stonden, stonden helemaal rechts. Ik had geen sleutel meer,
dus was ik afhankelijk van mensen die daar kwamen.
Mijn moeder heeft last van ziektes, dus kon ik beter in die garage wonen. Dat was 1,5 maand voordat ik ben aangehouden.
. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 28 april 2020, voor zover inhoudende (p. 24, 25 en 27):
V: Van wie is die caravan?
A: Die is van mij. Die heb ik gekocht.
V: Jij verklaarde dit pand te huren samen met een vriend van jou. Wie is die vriend?
A: Ik geef gewoon geld aan die vriend. De ruimte waar de caravan staat die huurt hij. Hij heet [betrokkene 1] . Ik huur de helft weer van hem. Dat komt doordat ik het pand waar iets is gevonden, verhuurd heb. Daar krijg ik 1000 euro voor.
V: Wie huurt dat dan?
A: Een jongen die ik heb leren kennen sinds kort. Die wilde voor 1000 euro dat pand huren. Ik dacht, ik betaal er 500 euro voor. Als ik er 1000 euro voor krijg, dan houd ik dat pand en dan huur ik deels met mijn collega. Ik had eerst mijn garage in dat pand zitten voordat ik hem verhuurde. Die jongen zocht naar ruimte en ik heb mijn ruimte laten zien. Hij was daarin geïnteresseerd.
V: Wie is die jongen?
A: Die gozer is een Leidschendammer, een Nederlandse jongen. Er moest zelfs nog een contract gemaakt worden. Hij zat denk ik anderhalve maand in dat pand.
V: Je bent al anderhalve maand in contact met die jongen. Hoe heet die jongen?
A: Hij noemde zich [medeverdachte] .
V: Hoe had jij contact met die jongen?
A: Ik ken hem echt helemaal niet goed.
V: Wie hadden er allemaal sleutels van het pand, de ruimte waar wij het laboratorium hebben aangetroffen?
A: [medeverdachte] . Als ik aanklopte, deed hij wel de deur open. Ik zag dat er achter een ruimte was gemaakt. Ze hadden een hok gebouwd. Dat hadden ze wel snel gedaan. Er was een geur, een aparte geur. Ik dacht misschien van de olijven persen, maar dat was wel een rare geur voor olijven persen.
V: Wanneer ben jij door buurtbewoners aangesproken over overlast van het pand?
A: Ik denk twee weken geleden. Ze zeiden dat er een pijp uit het raam kwam, wat geluid maakte. Een soort piepend geluid. Toen had ik [medeverdachte] gesproken, doe er wat aan.
V: Wie werd er aangesproken, jij?
A: Ja. Ik heb het doorgegeven aan [medeverdachte] . Die pijp zoemde een beetje. Het pand, waar het lab in zit, zitten ook geen ramen. Er waren twee buurtbewoners die het geluid hoorden. [medeverdachte] zou er wat aan doen.
V: Jouw kleding stonk naar BenzylMethylKeton (BMK) dat een belangrijke grondstof is voor de productie van amfetamine. Dezelfde lucht werd geroken en aangetroffen in het laboratorium. Hoe kan jij dit verklaren?
A: Wat ik wil verklaren is dat boven als het goed is mijn kleding ligt. Ik kon niet alles naar mijn pand verhuizen. Als u dat gezien heeft, weet u ook dat ik boven het lab nog kleding heb liggen. Daar liggen nog allemaal spullen van mij op zolder. Dat moest allemaal nog naar die caravan. Dat moest daar nog weg. Ik heb zelfs nog mijn post daar liggen. Het moest nog verhuisd worden. Dat die stank daarin heeft gezeten. Ik heb wel een deel van de kleding al weg gehaald. Die kleding moest nog worden gewassen.
V: Het zat ook aan de onderkant van jouw schoenen?
A: Ja, dat kan. Ik had mijn slippers nodig. Ik was van mijn pand naar de zolder gelopen. Dus daardoor zou het kunnen komen. Dat is mogelijk.
. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , opgemaakt op 27 oktober
2020, voor zover inhoudende (p. 186):
V: Wie maakten er in de periode van maart en april 2020 gebruik van de ruimte naast uw garage?
A: Dat was [verdachte] samen met nog een man. [verdachte] had mij verteld dat hij samen met nog een andere man olijfolie aan het persen was in de ruimte naast mijn garage. Dit was ongeveer vier of vijf maanden voor het aantreffen van het drugslab begonnen. Ik heb gezien dat [verdachte] , in de maand voorafgaand aan het aantreffen van het drugslab, nog elke dag in de ruimte is geweest. Ik weet niet hoe lang hij dan in de ruimte bleef. Ik kan u wel vertellen dat de hond van [verdachte] continue in de ruimte van het drugslab verbleef.
Er zat ook ineens een soort pijp aan de buitenzijde van de ruimte. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat hij daar misschien wel problemen mee zou krijgen in verband met de stank. Het was een soort afzuiging. Ik kreeg steeds meer mijn twijfels over wat [verdachte] daar in het pand deed.
V: Er is ook een afvoer aangetroffen die van de ruimte waar het drugslab zat, naar uw garage loopt. Hoe zit dat en sinds wanneer zat die afvoer daar?
A: Die afvoer zit daar sinds ongeveer vijf of zes maanden voor het drugslab is aangetroffen. [verdachte] vroeg of hij deze mocht aanleggen, omdat dat nodig was voor het persen van de olijfolie. Het viel mij wel op dat het waterverbruik ineens erg omhoog ging. Ik heb hem daar toen ook op aangesproken
. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgemaakt op 29 april 2020, voor zover inhoudende (p. 131):
De laatste maand zag ik steeds meer andere mensen die daar naar binnen gingen. [..] Ik heb wel drie of vier verschillende mensen gezien die daar kwamen.
. Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 2]
), opgemaakt op 18 mei 2020, voor zover inhoudende (p. 366):
Na een schouw van de ruimte (unit 2) werd door ons besloten dat we enkele goederen voor nader onderzoek in beslag gingen nemen en enkele bemonsteringen gingen uitvoeren. In de voorste helft van de hal werden de volgende goederen in beslag genomen [..]
- een pet (cap), [nummer 2] , op een gasfles; [..]
- een halfgelaatsmasker, [nummer 3] , links aan de muur.
. Het proces-verbaal vooronderzoek lab, opgemaakt op 8 juni 2020, voor zover inhoudende (p. 385):
SIN [nummer 1] heeft een relatie met SIN [nummer 2]
SIN [nummer 4] heeft een relatie met SIN [nummer 3]
. Het geschrift, te weten Rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding van de Opiumwet in Voorschoten op 27 april 2020, voor zover inhoudende (apart genummerd, p. 1-6):
[nummer 1] #01 (band die contact maakt met het voorhoofd van de drager)
Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
DNA-mengprofiel [nummer 1] #01 is meer dan l miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende
persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende
personen.
[nummer 4] #01 (oplichtende delen binnenzijde masker. omgeving mond/neus)
Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee
niet-verwante personen.
DNA-mengprofiel [nummer 4] #01 Is meer dan l miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende
persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende
personen.
3.7.
Bewijsoverwegingen
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Vast staat dat in de 2e unit van de loods aan de [adres 2] materialen en grondstoffen aanwezig waren waarmee (met)amfetamine geproduceerd kon worden. Vast staat ook dat in de periode na 1 maart 2020 – nadat de verdachte deze unit had verhuurd aan ene ‘ [medeverdachte] ’ – er een aparte laboratoriumruimte in de unit is gebouwd. Op grond van de verklaring van getuige [getuige 2] kan vastgesteld worden dat er meerdere, onbekend gebleven mannen de unit bezochten.
Gelet op de bouw van de aparte laboratoriumruimte en nu algemeen bekend is dat de combinatie van de aangetroffen materialen en grondstoffen – reactieketels; BMK, MAPA en fosforzuur – bestemd is voor de productie van deze (met)amfetamine, staat voor de rechtbank vast dat meerdere, onbekend gebleven personen materialen voorhanden hadden, waarvan ze wisten dat die bestemd waren voor het bereiden van deze drugs.
De rechtbank is verder van oordeel dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het plegen van deze voorbereidingshandelingen. Dat oordeel is gestoeld op het volgende.
De verdachte was in de tenlastegelegde periode woonachtig in unit 4 aan de [adres 2] . Hij was daar iedere dag na zijn werk bij [bedrijf] aanwezig.
Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat [medeverdachte] de enige persoon was die een sleutel bezat van unit 2. Omdat nog niet al zijn spullen waren verhuisd was hij afhankelijk van de aanwezigheid van [medeverdachte] om zijn spullen uit unit 2 te halen. In de periode vanaf dat [medeverdachte] onderverhuurde is de verdachte in ieder geval nog een aantal keer in unit 2 geweest.
Zowel door de buurman van unit 1 als door een achterbuurvrouw is de verdachte aangesproken op overlast vanuit de loods. Deze overlast bestond uit stank- en geluidsoverlast. De achterbuurvrouw heeft verklaard dat, nadat ze melding heeft gedaan bij de man (verdachte), er een kast is gebouwd om de overlast tegen te gaan. Ook is de verdachte aangesproken op het waterverbruik. De toevoer die door de verdachte is aangelegd en uitkwam bij de huurder van unit 1 heeft er namelijk toe geleid dat het watergebruik omhoog schoot.
Op de dag dat de verdachte werd aangetroffen was het drugslab ook in werking: de roerbladen in de reactieketels draaiden en de luchtafzuig was aan.
Bij de aanhouding van de verdachte is waargenomen dat de kleding, die verdachte op dat moment droeg, stonk naar BMK en ook op zijn slippers is deze chemische stof aangetroffen. Bovendien is er op een pet en op een gasmasker, aangetroffen in unit 2, DNA van de verdachte aangetroffen. Ook is er in de loods waar de verdachte woonde onder de caravan een jerrycan aangetroffen met daarin een restant BMK.
Op grond van deze omstandigheden, tezamen genomen en in onderling verband bezien, komt het de rechtbank onaannemelijk voor dat de verdachte niets wist van het in werking zijnde drugslab. De verklaring van de verdachte dat hij ervan uit ging dat hij en [medeverdachte] olijven zouden persen in unit 2 is dan ook ongeloofwaardig.
De mate van betrokkenheid van de verdachte acht de rechtbank voldoende voor het oordeel dat hij medeplichtig is geweest aan de productie van de tenlastegelegde stoffen door aan ‘ [medeverdachte] ’ de door hem gehuurde unit aan de [adres 2] voor genoemde productie ter beschikking te stellen – te verhuren voor € 1.000 per maand – én te blijven stellen.
De rechtbank is met betrekking tot het onder 1 meest subsidiaire ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.
3.8.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1.
meest subsidiair
(onbekend) gebleven personen in of omstreeks de
periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, tezamen en in vereniging,
, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van
Amfetamine en/of Metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende Amfetamine en/of Metamfetamine, zijnde Amfetamine en/of
Metamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor
te bereiden en/of te bevorderen
- 2 Reactieketels en
- 8 Speciekuipen en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende Fosforzuur en
- een hoeveelheid (ongeveer 375 kilo) van een materiaal bevattende MAPA
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende Benzylmethylketon (BMK) en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende Benzylmethylketon (BMK) op (verdund) fosforzuur en
- trechters en jerrycans en maatbekers en emmers,
voorhanden hebben gehad, waarvan verdachten wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,
tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van l maart 2020 tot en met 27 april 2020 te Voorschoten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die (onbekend) gebleven personen het pand gelegen [adres 2] ter beschikking te stellen;
2.
hij op 27 april 2020 te Voorschoten, een wapen van categorie I onder 7, te weten een veerdrukpistool (merk SV Infinity, [merk] ), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en een geldboete van € 20.000,-, subsidiair 135 dagen hechtenis.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft acht maanden in voorarrest gezeten. Een deels voorwaardelijke straf zou – mocht het tot een bewezenverklaring komen – passend zijn, maar het onvoorwaardelijke deel mag niet boven die acht maanden voorarrest gaan.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte is, door een unit in een loods ter beschikking te stellen, behulpzaam geweest bij de voorbereiding van de productie van amfetamine en metamfetamine.
Het is algemeen bekend dat de productie van synthetische drugs, en verdovende middelen in het algemeen, zeer schadelijk is voor de volksgezondheid en bovenal voor de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Amfetamine en metamfetamine zijn zeer verslavende drugs. Het is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van harddrugs de volksgezondheid kan schaden, met name waar het geestelijke aandoeningen betreft. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen.
Het chemisch afval dat ontstaat bij de productie wordt vrijwel altijd illegaal gedumpt, hetgeen zeer schadelijk is voor het milieu. Zowel de productie van een synthetische drug zoals amfetamine, als het daaruit voorkomende chemische afval en het dumpen van dat afval, zijn dan ook maatschappelijk ontwrichtend.
Voorts wijst de rechtbank op de vele risico’s die gepaard gaan met het opslaan en bewerken van diverse chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium, zoals brand, ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen. Dit is niet alleen levensgevaarlijk voor de producenten van de drugs, maar ook voor mensen die in de omgeving van het laboratorium wonen. Het aangetroffen lab bevond zich in dicht bewoond gebied.
De verdachte heeft kennelijk enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin – hij ontving zo stelt hij € 1.000 huur per maand, terwijl hij € 500 betaalde – en zich totaal niet bekommerd om de risico’s voor omwonenden en de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor anderen en het milieu.
Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een veerdrukpistool, dat zo op een echt vuurwapen lijkt dat deze op het oog daarvan niet te onderscheiden is. Dit geeft een gevoel van onveiligheid aan de samenleving.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 augustus 2021.
De laatste veroordeling is uit 1994 en de verdachte lijkt daarmee sinds die periode zich op het goede pad te begeven.
De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 10 juli 2020, waaruit volgt dat het risico op recidive niet kan worden ingeschat.
De verdachte beschikt over reguliere arbeid, inkomen en een vaste relatie. Alleen zelfstandige huisvesting ontbreekt, maar dat is niet problematisch, volgens de verdachte.
Bij een veroordeling wordt een straf geadviseerd zonder bijzondere voorwaarden, interventies of toezicht is niet nodig volgens de reclassering. Een werkstraf zou de verdachte de mogelijkheid geven om zijn werk en dus zijn inkomen te behouden, aldus de reclassering.
De rechtbank overweegt met betrekking tot na te melden straf dat de verdachte behulpzaam is geweest door aan ‘ [medeverdachte] ’ zijn unit te verhuren zodat een drugslab geëxploiteerd kon worden en dat de verdachte daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is. De rechtbank zal daarom het toepasselijk strafmaximum voor dit feit bepalen op grond van medeplichtigheid.
De rechtbank neemt mee in haar overweging dat de verdachte zich thans (weer) op het juiste pad lijkt te begeven, een inkomen uit regulier werk en een vaste woonplaats heeft en tot bewezenverklaring komt van een lichter strafbaar feit dan de officier van justitie. Gelet daarop zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. Om te voorkomen dat de verdachte op enig moment in de verleiding komt zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit, zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Zij acht een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden.
De rechtbank zal een deel van die straf, namelijk 5 maanden, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 48 en 49 van het Wetboek van Strafrecht;
- 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;
- 13 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primaire, subsidiaire en meer subsidiaire tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 meest subsidiaire en onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.8 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1 meest subsidiaire:
medeplichtigheid aan een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen
ten aanzien van feit 2
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
5 MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Snoeijer voorzitter,
mr. L.C. Bannink, rechter,
mr. B.J. de Groot, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. J.V. van Wijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 september 2021.