ECLI:NL:RBDHA:2021:10279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
De zaak betreft een verzoeker die een asielaanvraag indiende in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublin-verdrag, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 augustus 2021 in Breda, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (NL21.11627) en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.