ECLI:NL:RBDHA:2021:10296
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake HTL-maatregel afgewezen
Opposant kreeg op 24 december 2020 een HTL-maatregel opgelegd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Tegen dit besluit stelde opposant op 25 februari 2021 beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 30 april 2021 niet-ontvankelijk omdat het na afloop van de beroepstermijn was ingediend zonder geldige reden.
Opposant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank beoordeelde in het verzet uitsluitend of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, zonder inhoudelijk op de beroepsgronden in te gaan. De gemachtigde van opposant voerde aan dat een brief van de rechtbank over het indienen van een reden voor de termijnoverschrijding niet correct was ontvangen, wat volgens hem tot de termijnoverschrijding had geleid.
De rechtbank oordeelde dat de brief op correcte wijze was bezorgd aan het advocatenkantoor en dat er geen sprake was van foutieve adressering. Omdat opposant geen tijdige reden voor de termijnoverschrijding had gegeven, mocht de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Het verzet was daarom ongegrond en de buitenzittingsuitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.