De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2019 en 2020, die sinds juli 2021 met hun ouders verblijven bij een instelling (Gemiva) waar toezicht en begeleiding wordt geboden.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling hebben het verzoek tot verlenging ingediend omdat ondanks inzet van de ouders en betrokken hulpverlening, er nog zorgen zijn over het kwetsbare systeem, het beperkte inzicht en functioneren van de ouders, en de ontwikkeling van de kinderen. De ouders werken mee maar vinden het moeilijk om hun aandeel in problemen te erkennen en gedragsverandering verloopt moeizaam.
De vader heeft verweer gevoerd via zijn advocaat, stellende dat de ouders meewerken en dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde heeft, en verzoekt afwijzing of een kortere duur.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en dat verlenging noodzakelijk is om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en de overgang naar vrijwillige hulpverlening te begeleiden. De duur wordt vastgesteld op vier maanden, van 16 september 2021 tot 16 januari 2022.
De beschikking is mondeling gegeven op 1 september 2021 en schriftelijk vastgesteld op 13 september 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door belanghebbenden.