ECLI:NL:RBDHA:2021:10406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende verband oogletsel met busongeval
Eiser, voormalig militair, vordert een militair invaliditeitspensioen (mip) op grond van oogklachten die hij toeschrijft aan een busongeval tijdens zijn diensttijd in Suriname in 1974. Hij stelt dat zijn rechteroog toen is geperforeerd, wat heeft geleid tot blijvende beperkingen en bijkomende klachten zoals hoofdpijn en een scheef neustussenschot.
De verzekeringsarts en verweerder zijn echter niet overtuigd van het verband tussen het ongeval en het oogletsel. De medische kaart vermeldt geen oogletsel, slechts een kleine snijwond op de linkerwang en schaafwonden. Het tijdsverloop van ruim 45 jaar en het ontbreken van objectieve medische gegevens die het verband bevestigen, spreken tegen de stelling van eiser.
Eiser wijst op verklaringen van oud-collega’s en medische verklaringen van oogartsen, maar deze zijn onvoldoende om het verband aannemelijk te maken. De rechtbank hecht meer waarde aan de medische kaart en acht het niet aannemelijk dat het oogletsel tijdens de militaire dienst is opgelopen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag om een militair invaliditeitspensioen af. Verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verband tussen oogletsel en busongeval.