ECLI:NL:RBDHA:2021:1043
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel vanwege status in Griekenland
Verzoekster, met een onbekende nationaliteit en geboren in 2001 te Gaza, is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard in haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, omdat zij reeds een vluchtelingenstatus in Griekenland heeft. Verzoekster betoogt dat zij sinds februari 2020 niet meer in Griekenland verblijft en dat haar status mogelijk is ingetrokken, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht is.
De voorzieningenrechter acht het niet uitgesloten dat het beroep van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft, mede gelet op de vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft gesteld over de situatie in Griekenland en de mogelijke verslechtering daarvan. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst en wordt verzoekster beschermd tegen uitzetting totdat op het beroep is beslist.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 534,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers en griffier A.E. Maas en is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2021.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.