In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers beroep ingesteld tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het realiseren en legaliseren van paardenvoorzieningen op een perceel naast hun bloem- en bollenkwekerij. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang dat schorsing van het besluit rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter constateert dat het perceel al tientallen jaren wordt gebruikt voor hobbymatig paardenhouden en dat het bestreden besluit geen uitbreiding van het aantal paarden of afwijkend gebruik toestaat. Verzoekers hebben hun vrees voor schrikreacties van paarden en onomkeerbare gevolgen van de herbouw van een overkapping niet aannemelijk gemaakt. Ook de door hen genoemde afwateringsproblemen worden niet door het besluit beïnvloed.
Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De inhoudelijke beoordeling van de vergunning zal in de bodemprocedure plaatsvinden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.