ECLI:NL:RBDHA:2021:10443
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering reguliere verblijfsvergunning levert geen inmenging in gezinsleven op
Eiser, geboren in Oost-Timor en sinds 27 jaar in Nederland woonachtig, vroeg een reguliere verblijfsvergunning aan op grond van privéleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag werd afgewezen door verweerder, die stelde dat eiser rechtmatig verblijf ontleent aan de Verblijfsrichtlijn en dat de weigering geen inmenging in het gezinsleven oplevert.
Eiser voerde aan dat hij het artikel 9-document, dat zijn rechtmatig verblijf bevestigt, niet kan ophalen vanwege het ontbreken van een Portugees paspoort, waardoor hij zijn verblijfsrecht niet kan uitoefenen en niet kan werken. Verweerder stelde dat het aan eiser is om aan te tonen dat hij het paspoort niet kan verkrijgen en dat het niet zeker is dat hij geen vrijstelling kan krijgen.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de reguliere verblijfsvergunning geen inmenging in het gezinsleven oplevert aangezien eiser rechtmatig verblijf heeft via het artikel 9-document. De rechtbank liet de vraag of eiser een paspoort kan verkrijgen en of hij vrijstelling krijgt buiten beschouwing, omdat dit buiten de grenzen van het geding valt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de reguliere verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.