Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Op 15 januari 2020 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot afgifte van een visum voor kort verblijf voor een familiebezoek aan haar partner [partner] (referent).
4.3 Nu de weigeringsgrond van artikel 32, eerste lid, onder a), vi, van de Visumcode een zelfstandige en dwingende weigeringsgrond is die de afwijzing van het visum kort verblijf zelfstandig kan dragen, behoeven de overige beroepsgronden gericht tegen de inhoudelijke afwijzing geen bespreking meer.