ECLI:NL:RBDHA:2021:10508

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
AWB 20/7859
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak hebben vier verzoeksters een verzoek ingediend bij de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken om te bepalen dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de uitzetting van hen dient te schorsen totdat op het beroep in de hoofdzaak is beslist.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht een uitspraak buiten zitting kan worden gedaan. Omdat op 27 augustus 2021 reeds op het beroep is beslist, is er geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de verzoeksters. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 20 september 2021.

Uitkomst: Verzoek tot schorsing van uitzetting wordt afgewezen omdat op het beroep al is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer AWB 20/7859
V-nummers: [Nummer 1] , [Nummer 2] , [Nummer 3] en [Nummer 4]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam 1] , verzoekster 1,

[Naam 2], verzoekster 2,
[Naam 3], verzoekster 3 en
[Naam 4], verzoekster 4,
gezamenlijk verzoeksters,
gemachtigde mr. M.S. Yap,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/7858 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeksters achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 27 augustus 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
Verweerder wordt op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter,
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 534,- (vijfhonderdvierendertig euro), te betalen aan verzoeksters;
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 20 september 2021.
Afschrift verzonden op: