ECLI:NL:RBDHA:2021:10510

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
AWB 21/642
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke procedure betreffende vreemdelingenrecht heeft de verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E. Köse, een verzoek ingediend bij de voorzieningenrechter om te bepalen dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de uitzetting van verzoeker zou moeten opschorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek gebaseerd is op de procedure met zaaknummer AWB 21/641, maar dat op 2 september 2021 reeds op dat beroep is beslist. Hierdoor is er geen grond meer om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.

Gelet hierop is het verzoek kennelijk ongegrond en is het afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 20 september 2021.

De zaak betreft een standaard afwijzing van een verzoek om schorsing van een bestuursrechtelijke maatregel in het vreemdelingenrecht, waarbij de rechter geen aanleiding zag om de uitzetting op te schorten omdat de hoofdzaak reeds was afgedaan.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 21/642
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

gemachtigde mr. E. Köse,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 21/641 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 2 september 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 20 september 2021.
Afschrift verzonden op: