ECLI:NL:RBDHA:2021:10511

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
27 september 2021
Zaaknummer
AWB 20/5725
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter een verzoek beoordeeld om de uitzetting van verzoeker op te schorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist. Het verzoek werd gedaan in het kader van een procedure met zaaknummer AWB 20/5724. De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanleiding is om de gevraagde voorziening te treffen, aangezien het beroep op 2 september 2021 reeds is beslist.

Gezien deze situatie wordt het verzoek als kennelijk ongegrond beoordeeld en derhalve afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 20 september 2021. De griffier G. de Keuning was eveneens aanwezig bij de uitspraak.

Deze beslissing betekent dat de uitzetting van verzoeker niet wordt opgeschort en dat de procedure in de hoofdzaak verder wordt afgewikkeld op basis van het reeds genomen besluit op het beroep.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 20/5725
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/5724 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 2 september 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 20 september 2021.
Afschrift verzonden op: