ECLI:NL:RBDHA:2021:10562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van homoseksuele geaardheid uit Uganda
Eiser, een Ugandese nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Uganda. Hij stelde te zijn vervolgd en bedreigd, met incidenten op school, in clubs en politieoptreden. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende concrete persoonlijke ervaringen en inconsistenties in zijn verklaringen had gegeven. Zijn uitleg over acceptatie, familiecontacten, religieuze invloed en relaties was tegenstrijdig en oppervlakkig. Ook ontbraken documenten die incidenten zouden ondersteunen.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht het asielverzoek afwees als ongegrond op grond van artikel 31, lid 1, Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op asiel op grond van homoseksuele geaardheid wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing.