ECLI:NL:RBDHA:2021:10610

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2021
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
AWB 21/2110
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak wegens ontbreken connexiteit

In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om te bepalen dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de uitzetting van verzoeker dient achterwege te laten totdat op het beroep in zaaknummer AWB 21/2109 is beslist.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er geen aanleiding is om de gevraagde voorziening te treffen, omdat het onderliggende beroep reeds op 13 september 2021 is beslist. Hierdoor is het verzoek kennelijk ongegrond.

De rechter concludeert dat er geen connexiteit bestaat tussen de procedures en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. De uitspraak is gedaan buiten zitting en is op 20 september 2021 bekendgemaakt.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 21/2110
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[naam verzoeker] verzoeker,

tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 21/2109 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 13 september 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 20 september 2021.
Afschrift verzonden op: