ECLI:NL:RBDHA:2021:10647
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken connexiteit bij verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 3 december 2020. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om de uitzetting op te schorten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien beroep is ingesteld of bezwaar is gemaakt. Echter, nadat op het bezwaar is beslist op 8 maart 2021 en de beroepstermijn is verstreken zonder dat verzoeker beroep heeft ingesteld, vervalt de vereiste connexiteit.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.