ECLI:NL:RBDHA:2021:10693
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toestemming rechtbank voor vervangende erkenning van minderjarige met Servisch recht
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van een man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn minderjarige kind, aangezien de moeder geen toestemming gaf en niet was verschenen ondanks oproeping. De minderjarige is in Nederland geboren en staatloos, de ouders hebben beiden de Servische nationaliteit. De man woonde samen met de moeder, maar zij heeft het kind en hem verlaten en sindsdien geen contact meer gehad.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het Servische recht van toepassing is op de erkenning, maar dat het Nederlandse recht geldt voor de toestemming van de moeder vanwege het ontbreken van een voogd en het niet-actief zijn van het Servische voogdijorgaan in Nederland. De man overlegde een DNA-rapport met 99,99% zekerheid van vaderschap, hoewel het onderzoek niet volgens formele procedure was uitgevoerd.
De bijzondere curator, benoemd ter vertegenwoordiging van het kind, steunde het verzoek. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de belangen van de moeder of het welzijn van het kind door erkenning werden geschaad. Daarom verleende zij de vervangende toestemming en ontsloeg de bijzondere curator. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de man voor erkenning van zijn minderjarige kind.