Op 2 juni 2021 heeft de verdachte in Alphen aan den Rijn het slachtoffer met een stalen pijp meerdere keren op de benen geslagen, waardoor een spiraalfractuur in het rechteronderbeen ontstond. Het slachtoffer moest opereren en had een langdurige genezing nodig.
De rechtbank oordeelde dat het bestanddeel voorbedachte raad niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, mede vanwege verklaringen van getuigen en de verdachte zelf die spraken van handelen uit een opwelling. De zware mishandeling zonder voorbedachte raad werd wel bewezen verklaard.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering en ambulante emotie- en agressieregulatiebehandeling. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het recidiverisico en de omstandigheden waaronder het geweld plaatsvond, waaronder het feit dat het in het openbaar gebeurde.
Het voorwerp waarmee het letsel werd toegebracht, een stalen pijp, werd verbeurd verklaard. De straf werd lager vastgesteld dan door het Openbaar Ministerie geëist, mede op basis van de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.