ECLI:NL:RBDHA:2021:10742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning na vertrek met onbekende bestemming
Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 6 augustus 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting op 23 september 2021 waren partijen niet aanwezig. De gemachtigde van eiser informeerde de rechtbank dat eiser op 16 augustus 2021 met onbekende bestemming uit de opvanglocatie in Ter Apel was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met zijn gemachtigde. De staatssecretaris bevestigde dit en overhandigde een MOB-melding van het COA.
De rechtbank stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep aan de orde en oordeelde dat eiser geen belang meer had bij de behandeling van het beroep, omdat hij geen prijs meer stelde op de aanvankelijk verzochte bescherming. Dit volgt uit vaste rechtspraak dat vertrek met onbekende bestemming zonder contact met gemachtigde leidt tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na vertrek met onbekende bestemming.