ECLI:NL:RBDHA:2021:10746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier buiten schuld niet kunnen vertrekken
Eiser, met de Beninse nationaliteit, heeft in 2016 asiel aangevraagd in Nederland, welke aanvraag is afgewezen. Na een opvolgende asielaanvraag die niet-ontvankelijk werd verklaard en een inreisverbod, verzocht eiser om een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel 'humanitair tijdelijk (buiten schuld niet kunnen vertrekken)'. De Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) bracht een ambtsadvies uit waarin werd geconcludeerd dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, waarop verweerder de aanvraag afwees.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat eveneens ongegrond werd verklaard. In beroep stelt eiser dat hij wel voldoende inspanningen heeft verricht om terug te keren naar Benin en dat het DT&V-advies onvoldoende inzichtelijk en concludent is. De rechtbank oordeelt dat het DT&V-advies onduidelijk is over de twijfels over eisers identiteit en nationaliteit, en dat de beoordeling van zijn terugkeer-inspanningen onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het geschil wordt niet finaal beslecht, omdat verweerder de zaak opnieuw moet beoordelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet opnieuw besluiten nemen.