De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 14 september 2021 een machtiging verleend voor de uithuisplaatsing van een minderjarige gedurende dag en nacht in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van drie maanden. Dit besluit volgt op eerdere tijdelijke machtiging en een verzoek van de gecertificeerde instelling vanwege acute veiligheidszorgen.
De problematiek betreft het niet naleven door de moeder van veiligheidsafspraken die zijn opgesteld om de minderjarige te beschermen tegen verbaal geweld tussen de ouders en om een veilige en stabiele opvoedomgeving te waarborgen. De moeder toont onvoldoende veranderingsbereidheid en sluit onvoldoende aan bij de emotionele en fysieke behoeften van het kind. De gecertificeerde instelling acht ambulante hulp op dit moment niet haalbaar.
De moeder heeft verweer gevoerd en verzocht om een netwerkplaatsing bij haar ouders, maar de kinderrechter acht dit niet wenselijk vanwege de problematiek en het verblijf van de moeder daar. De kinderrechter benadrukt het belang van een veilige en stabiele omgeving voor het kind en stelt dat terugplaatsing naar de ouders in beginsel binnen een korte periode moet plaatsvinden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot nader order. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door tussenkomst van een advocaat bij het gerechtshof Den Haag.