Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 27 februari 2021, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de wijze van voortprocederen;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 juni 2021;
- de akte uitlaten van NN van 7 juli 2021, met één productie;
- de akte houdende uitlatingen van [eiseres] van 7 juli 2021;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 13 september 2021 over de begroting van de deskundige en de aansprakelijkheidsbeperking;
- het e-mailbericht van mr. Laros van 20 september 2021;
- het e-mailbericht van mr. Sjouw van 20 september 2021.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 3.397,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele vergoeding;
4.De beoordeling
5.De beslissing
conceptvan zijn schriftelijke en gemotiveerde rapport, uiterlijk drie maanden nadat de griffier heeft meegedeeld dat het voorschot is voldaan, zal doen toekomen aan de civiele griffie van deze rechtbank, Prins Clauslaan 60 (postbus 20302, 2500 EH) te Den Haag, met vermelding van het zaaknummer / rolnummer: C/09/593864 / HA ZA 20-540;
afschrift van dit vonnisaan de deskundige zal zenden;