ECLI:NL:RBDHA:2021:10821
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek vervangende toestemming noodpaspoort en teruggeleiding minderjarige uit Libanon
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor het verkrijgen van een noodpaspoort voor haar minderjarige kind, dat door de vader ongeoorloofd in Libanon werd achtergehouden. De vader, die gezamenlijk het gezag over het kind uitoefent, was niet verschenen en voerde geen verweer.
De rechtbank oordeelde dat de vasthouding van het kind in Libanon in strijd is met het gezagsrecht van de moeder en kwalificeerde deze vasthouding als ongeoorloofd volgens het Haags Ontvoeringsverdrag 1980. De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van het kind Nederland is en gelastte de onmiddellijke teruggeleiding naar Nederland.
Op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 werd de Nederlandse rechter bevoegd geacht om naar Nederlands recht te beslissen. De rechtbank wees het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor het noodpaspoort toe, omdat dit in het belang van het kind is en de vader geen toestemming gaf. Een verzoek om vervangende toestemming voor een nieuw paspoort na juni 2022 werd afgewezen, omdat dit moment nog niet aan de orde is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de moeder krijgt toestemming om het noodpaspoort aan te vragen.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor het noodpaspoort en wijst het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige uit Libanon toe.