Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
11.610 en/of 2.075 euroaan contanten,
althans enig contant geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten
11.610 euro en/of 2.075 euroaan contanten,
althans enig contant geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig
(eigen)misdrijf.
3.De bewijsbeslissing
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 september 2021;
- het proces-verbaal van verhoor [aangever] , opgemaakt op 26 februari 2021 (pagina’s 12-13);
- het proces-verbaal van verhoor [getuige] , opgemaakt op 13 juli 2021 (pagina’s 167-168);
- het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt d.d. 1 juli 2021 (pagina’s 92-93);
- het proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, opgemaakt d.d. 13 juli 2021 (pagina’s 174-188).
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 september 2021;
- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2021 (pagina’s 60-61);
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, opgemaakt op 1 juli 2021 (pagina 99);
- het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte, opgemaakt op 30 juni 2021 (pagina 103);
- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 augustus 2021 (pagina 342-344)
enig eigenmisdrijf en dat de verdachte het voorwerp heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad. Anders dan door de raadsvrouw is betoogd, is voor een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen niet vereist dat de verdachte de criminele herkomst van het voorwerp heeft verborgen of verhuld.
moetzijn geweest. De rechtbank oordeelt daarom dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat ook het bedrag van € 2.075,00 uit eigen misdrijf afkomstig is, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
steedseen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
heeftgehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel – onmiddellijk – afkomstig was uit eigen misdrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;