ECLI:NL:RBDHA:2021:10838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering belastingaanslagen na ontnemingsvordering
Eiser verzocht de Belastingdienst om ambtshalve vermindering van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zvw over de jaren 2010 tot en met 2014. Deze verzoeken werden afgewezen omdat de termijn voor ambtshalve vermindering voor 2010-2013 was verstreken en voor 2014 onvoldoende bewijs werd geleverd dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld.
Eiser was strafrechtelijk veroordeeld voor witwassen, maar de ontnemingsvordering werd door de strafrechter afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van illegale herkomst van vermogen. Eiser stelde dat deze afwijzing aanleiding was voor vermindering van de belastingaanslagen, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs in het strafrecht zwaarder is dan in het belastingrecht en dat de afwijzing van de ontnemingsvordering niet automatisch leidt tot vermindering van de aanslagen.
De rechtbank stelde dat eiser de alternatieve kasopstelling onvoldoende onderbouwde en dat de Belastingdienst terecht de aanslagen handhaafde. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verzoeken om ambtshalve vermindering van de belastingaanslagen.