ECLI:NL:RBDHA:2021:10867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak intrekking verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van zijn verblijfsvergunning onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om in Nederland te mogen blijven totdat het beroep is afgerond.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld en geoordeeld dat het verzoek moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter W. Anker en griffier J. de Winter, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.