ECLI:NL:RBDHA:2021:10879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag wegens prematuriteit
Verzoekster diende een asielaanvraag in en stelde meerdere keren beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Na een eerdere uitspraak waarbij de rechtbank verweerder opdroeg binnen een termijn te beslissen, stelde verzoekster opnieuw beroep in. Verweerder besloot uiteindelijk de aanvraag toe te wijzen en verzoekster trok daarop het beroep in met een verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep prematuur was omdat de door de rechtbank gestelde termijn nog niet was verstreken toen het tweede beroep werd ingesteld. Verweerder stelde dat de rechtbank niet bevoegd was vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, maar de rechtbank concludeert dat deze wet niet van toepassing was vanwege de eerdere ingebrekestelling en rechterlijke termijnstelling.
Omdat het beroep prematuur was en verzoekster het beroep introk, ziet de rechtbank geen grond voor proceskostenvergoeding en wijst het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete en griffier H.L. de Vries.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was en ingetrokken.