ECLI:NL:RBDHA:2021:10887

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2021
Publicatiedatum
6 oktober 2021
Zaaknummer
NL21.7764 en NL21.7766
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning en inreisverbod

Verzoeksters hebben tegen besluiten van 14 mei 2021 beroep ingesteld omdat hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk zijn verklaard en tegen één verzoekster een inreisverbod van twee jaar is uitgevaardigd.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om een voorlopige voorziening op 3 september 2021 behandeld, waarbij verzoeksters zijn verschenen met hun gemachtigden en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was vertegenwoordigd door een gemachtigde.

Gezien de eerdere uitspraak van de rechtbank op de hoofdzaak (zaaknummers NL21.7763 en NL21.7765) heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af tegen de niet-ontvankelijkverklaring en het inreisverbod.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.7764 en NL21.7766

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoekster,

[naam 2], verzoekster 2,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoeksters
v-nummers: [nummer] en [nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Peeters).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 14 mei 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoeksters tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Ook is tegen verzoekster een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL21.7763 en NL21.7765, op 3 september 2021 op zitting behandeld. Verzoeksters zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Pnem-Has. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.7763 en NL21.7765, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.E. Paulus, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.