ECLI:NL:RBDHA:2021:10889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over intrekking erkenning referent en niet tijdig beslissen bezwaar
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar erkenning als referent. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde. Verweerder trok het bestreden besluit in, waardoor het beroep op dat punt niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes weken op het bezwaar had beslist, ondanks eerdere jurisprudentie die een termijn voor het nieuwe besluit voorschrijft. Verweerder had het besluit pas ingetrokken na het verstrijken van deze termijn en had geen nieuw besluit genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het niet tijdig beslissen en droeg verweerder op binnen vijf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval van overschrijding en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt dat het intrekken van een besluit niet betekent dat het bestuursorgaan vrijgesteld is van het nemen van een nieuw besluit binnen de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen het ingetrokken besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond, en verweerder moet binnen vijf weken een nieuw besluit nemen.