ECLI:NL:RBDHA:2021:1092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres stelde dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, met name vanwege het risico op indirect refoulement naar Jemen.
De rechtbank overwoog dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele gebreken in het Duitse asiel- en opvangsysteem. Zij kon in Duitsland een asielverzoek indienen en kreeg daarop een beslissing. Het feit dat zij het niet eens is met die beslissing betekent niet dat Duitsland zijn verplichtingen schendt.
De rechtbank stelde dat het aan eiseres is om in Duitsland te klagen indien zij meent dat Duitsland de richtlijnen niet naleeft. Duitsland garandeert bovendien dat een nieuwe asielaanvraag in behandeling wordt genomen en dat uitzetting niet in strijd zal zijn met het verbod op refoulement. De omstandigheden van eiseres zijn niet zo bijzonder dat Nederland de asielaanvraag zelf had moeten behandelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse op 12 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.