ECLI:NL:RBDHA:2021:1093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL21.1169) via een Skype-verbinding.
Na afweging van de omstandigheden en gezien de uitspraak in de hoofdzaak heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wijst het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 12 februari 2021 door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier T.R. Oosterhoff-Vos. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak uitspraak heeft gekregen.