ECLI:NL:RBDHA:2021:10999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting beperkingen
Eiseres, laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld en dat het besluit is genomen in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts het medisch onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek, lichamelijk en psychisch onderzoek en beoordeling van alle relevante medische informatie. De beperkingen zijn adequaat in kaart gebracht en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is correct opgesteld. De stellingen van eiseres over onvoldoende erkenning van haar klachten, waaronder pijn bij hoofdbewegingen en psychische klachten, zijn onvoldoende onderbouwd en betreffen deels toekomstige klachten.
Ook de arbeidsdeskundige beoordeling is juist, waarbij de functies passend zijn binnen de vastgestelde beperkingen. Er is geen aanleiding voor een onafhankelijk arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.