ECLI:NL:RBDHA:2021:11019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit minderjarige wegens onvoldoende onderzoek opvangmogelijkheden
Eiser, een minderjarige van Tanzaniaanse nationaliteit, vroeg asiel aan wegens bedreiging en geweld door leden van de regerende partij in Tanzania. De staatssecretaris wees de aanvraag af en legde een terugkeerbesluit op, omdat het asielrelaas deels ongeloofwaardig werd geacht en onvoldoende aannemelijk was dat eiser een gegronde vrees voor vervolging had.
De rechtbank oordeelde dat het ongeloofwaardig achten van het asielrelaas terecht was, maar dat de staatssecretaris ten onrechte het terugkeerbesluit oplegde zonder adequaat onderzoek naar de opvangmogelijkheden voor eiser in Tanzania. Volgens het arrest TQ van het Hof van Justitie moet voorafgaand aan een terugkeerbesluit bij niet-begeleide minderjarigen worden vastgesteld of er adequate opvang beschikbaar is.
Verweerder had onvoldoende navraag gedaan over het contact van eiser met zijn moeder en zussen en de opvangmogelijkheden, ondanks dat eiser aangaf geen contact meer te hebben en het Rode Kruis en de school betrokken waren bij het zoeken naar zijn familie. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf de staatssecretaris zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en grondige toetsing van opvangmogelijkheden bij terugkeerbesluiten tegen minderjarige asielzoekers.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit tegen de minderjarige asielzoeker wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar opvangmogelijkheden in Tanzania.