ECLI:NL:RBDHA:2021:11090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in vreemdelingenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin bezwaar tegen weigering van een document en opheffing van een inreisverbod werd afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds uitspraak is gedaan. De voorzieningenrechter heeft verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 748,- en het betaalde griffierecht van € 174,-.
De beslissing is genomen zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.