ECLI:NL:RBDHA:2021:11093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek minderjarige wegens ongeloofwaardige moordpogingen en bekering
Eiser, een minderjarige Iraanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege vermeende moordpogingen door zijn halfzussen en zijn bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees dit verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.
De rechtbank oordeelde dat het nader gehoor zorgvuldig was, ook gezien de jonge leeftijd van eiser. Verweerder mocht de verklaringen over de moordpogingen ongeloofwaardig achten, mede vanwege inconsistenties en het ontbreken van hulpvragen aan autoriteiten. Ook de bekering tot het christendom werd niet aannemelijk geacht, omdat eiser onvoldoende persoonlijke motivatie en kennis van het geloof kon aantonen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.