De moeder verzocht de kinderrechter om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling, die het contact met haar en de vader tot twee keer per maand één uur begeleid bezoek beperkte, te laten vervallen en een ruimere omgangsregeling vast te stellen. De minderjarige verblijft in een gezinshuis vanwege gedragsproblematiek en is onder toezicht gesteld.
De gecertificeerde instelling stelde dat het doel van de uithuisplaatsing rust en stabiliteit is, en dat een uitbreiding van het contact contraproductief zou zijn. De stiefmoeder steunde het verzoek tot uitbreiding van de omgangsduur.
De kinderrechter oordeelde dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat het verzoek tot frequenter contact de rust en stabiliteit zou doorkruisen. Wel werd een uitbreiding van de bezoekduur naar anderhalf uur per keer toegestaan, met een cyclus van vier begeleide bezoeken per maand, die stapsgewijs kan worden uitgebreid indien de gecertificeerde instelling dit in het belang van de minderjarige acht.
De schriftelijke aanwijzing van 10 december 2020 werd vervallen verklaard en de nieuwe omgangsregeling werd uitvoerbaar bij voorraad vastgesteld. Het verzoek tot verdere uitbreiding werd afgewezen.